Korea, het nucleaire gambiet | 17 april 2003

Voorgeschiedenis
Sinds de 10e eeuw was Korea, het 'Land van de Ochtendstilte', een eenheidsstaat. Na de nederlaag in 1875 van China tegen Japan kwam Korea in de verdrukking. Eerst kwam het land in de invloedsfeer van de Russen terecht. Na de Russisch-Japanse oorlog van 1904 kwam Korea in een protectoraats-verhouding met Tokio te staan. In 1910 liet Japan alle schijn varen en lijfde Korea bij het keizerrijk in. Geen enkele Westerse macht die zich daar druk over kon maken. Die onverschilligheid veranderde in de 2e Wereldoorlog. Op de Conferentie van Cairo in 1942 werd beslist dat de onafhankelijkheid van Korea weer hersteld moest worden. Op de Conferentie van Potsdam in 1945 viel het besluit dat Rusland, dat tot dan buiten de oorlog met Japan was gebleven, ook aan de strijd tegen dit keizerrijk zou gaan deelnemen. De situatie veranderde echter na het afwerpen van atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, gevolgd door de capitulatie van Japan. Na deze snelle overwinning wilde het Witte Huis het Rode Leger zo ver mogelijk van Japan weghouden. Dit resulteerde in een deling van Korea langs de 38e breedtegraad met een Russische en een Amerikaanse zone. De Russen brachten de Kim Il Sung aan de macht en in het zuiden riep Syngman Rhee in 1948 de Republiek Korea uit, met aanspraken over het gehele schiereiland. Kim Il Sung reageerde direct en proclameerde de Democratische Volksrepubliek Korea. Nadat het vertrek van de Russische en de Amerikaanse troepen kon de onvermijdelijke oorlog over de Koreaanse eenheid beginnen.

De Koreaanse Oorlog
Op 25 juni 1950 stootten de noordelijke troepen snel door naar Seoel en op 28 juni rolden hun tanks de zuidelijke hoofdstad binnen. Het noordelijke offensief liep tenslotte vast bij Pusan waar troepen van de Republiek Korea en de Verenigde Staten vertwijfeld weerstand boden. De Veiligheidsraad brandmerkten Noord-Korea tot agressor en besloten Zuid-Korea te helpen met het sturen van een VN-strijdmacht onder bevel van McArthur. Ook Nederland nam met een detachement deel aan deze strijdmacht. In september 1950 ondernam MacArthur een gewaagde landing achter de noordelijke linies en dreef de noordelijke legers terug tot de Chinese grens. Het einde voor Noord-Korea leek nabij, echter met de hulp van Mao Tse Tung werden de zuidelijke troepen teruggeslagen tot ver in Zuid-Korea. Het conflict kreeg daarna het karakter van een stellingenoorlog en sleepte zich voort tot er uiteindelijk op 27 juli 1953 een wapenstilstandsverdrag gesloten kon worden.

De eerste nucleaire crisis
In 1985 sloot Noord-Korea met Moskou een verdrag voor de levering van vier kerncentrales om energie op te wekken. Kim Il Sung stemde hierbij in om het Non-Proliferatieverdrag te ondertekenen maar weigerde de inspecties van het Internationaal Atoom-bureau. In 1953 was overeengekomen dat het Koreaanse schiereiland kernwapenvrij zou blijven, echter in 1957 begon Washington haar bases in Zuid-Korea in het geheim van kernwapens te voorzien. Dat bleef toch in Pyongyang niet onopgemerkt en na jarenlange moeizame onderhandelingen sloten Noord- en Zuid-Korea eind 1991 een niet-aanvalsverdrag en als gevolg van deze overeenkomst trok de USA haar kernwapens terug. In 1993 liet Kim Il Sung inspectie van zijn nucleaire faciliteiten toe. Al spoedig rees het vermoeden dat Pyongyang meer plutonium geproduceerd had dan was opgegeven. Toen Kim hardnekkig weigerde opslagplaatsen voor atoomafval te laten controleren explodeerde de situatie. Hij zette de inspecteurs het land uit en zegde het Non-Proliferatieverdrag op. Washington reageerde door het dreigen met een aanval op de kernreactor bij Yongbyong en een totale oorlog. Na gebalanceerd te hebben op de rand van een gewapend conflict kon door bemiddeling van ex-president Jimmy Carter een compromis worden gevonden. In 1994 kwamen de Verenigde Staten en Noord-Korea overeen, dat de kernreactor bij Yongbyon zou worden gesloten en dat er een internationaal consortium zou worden gevormd voor de bouw en financiering van twee lichtwaterreactoren in Noord-Korea. Als compensatie voor het energietekort door de sluiting van Yongbyon leveren de Verenigde Staten jaarlijks 500.000 ton stookolie. Ook kwamen zij overeen te onderhandelen over het aangaan van diplomatieke betrekkingen en het opheffen van de handelsbeperkingen.

De Grote Leider
Op 8 juli 1994 maakte het Koreaanse nieuwsagentschap bekend dat president Kim Il Sung, de Grote Leider, de Zon van de Natie, was overleden. Wat hij naliet van de Democratische Volksrepubliek Korea was een griezelstaat waarin iedere persoonlijke vrijheid is gesmoord, andersdenkenden zijn uitgeroeid en waar alle inwoners worden gedrild, gecontroleerd, geïndoctrineerd en geïsoleerd. Noord-Korea, met 22 miljoen inwoners, beschikt over een staand leger van 1,2 miljoen soldaten en kan dat aantal door mobilisatie in korte tijd doen aanzwellen tot 6 miljoen. Verder beschikt het - hoe arm ook - over een goed geoutilleerde defensie-industrie waar het de eigen wapens ontwikkelt en bouwt, inclusief tanks, lange afstands- en luchtafweergeschut plus raketten en wellicht ook atomaire, biologische en chemische wapens. Daarnaast heeft het zich al vijftig jaar lang letterlijk als een fort ingegraven en kan het zware luchtaanvallen doorstaan.

De tweede nucleaire crisis
Augustus 1998 claimde Pyongyang een drietrapsraket de ruimte in geschoten te hebben en daarmee een satelliet in een baan om de aarde te hebben gebracht, hetgeen is bevestigd door peilstations in China en Rusland. Dit betekent dat de raket een bereik heeft gehad van 6000 kilometer. Clinton reageerde behoedzaam door meer economische steun te beloven en alle handelsbeperkingen te zullen opheffen in, waarop Pyongyang in november 1999 besloot om de raketproeven te stoppen. Alles scheen er op te wijzen op een doorbraak in de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen. Het liep allemaal anders nadat Bush aan de macht kwam. In mei 2000 kondigde hij officieel het anti-raketschildprogramma af als verdediging tegen schurkenstaten als Libië, Irak en Noord-Korea. Dan volgde 11 september 2001 met bijzonder ingrijpende consequenties voor de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. In oktober 2002 reisde onderminister Kelly als speciale afgezant van president Bush naar Pyongyang en sprak daar harde woorden.. Washington zou over bewijzen beschikken dat Noord-Korea de kerncentrale in Yongbyon weer aan het opstarten was en verlangde daarom extra inspecties. De tweede nucleaire crisis was geboren. Pyongyang gaf na veel geharrewar het opstarten van de kerncentrale toe omdat de Verenigde Staten het lichtwaterproject met jaren had vertraagd. Verder voelden de Noord-Koreanen zich na de indeling bij de As van het Kwaad bedreigd, had Washington haar handelsbeperkingen nog steeds niet opgeheven en de normalisering van de betrekkingen gesaboteerd. Noord-Korea zette daarop de inspecteurs het land uit, dreigde met opzegging van het wapenstilstandsverdrag van 1953 en hervatte zijn raketproeven.

Toekomst
Of de crisis nu daadwerkelijk op een gewapend conflict zal uitdraaien is niet waarschijnlijk. Geen enkel land kan uit een militaire botsing voordeel verwachten. Daar staat tegenover dat een compromis zoals in 1994 is bereikt moeilijker zal worden door de rakettenkwestie, de verdergaande Noord-Koreaanse militarisering en de zelfbewuste houding van Washington na Irak. De Democratische Volksrepubliek Korea blijft een zeer onzekere factor.

Drs. H.J.J. Wubben 
cultureel antropoloog en Korea-kenner